Belagersbeginsel

Het belagersbeginsel, een theorie, maar nu de praktijk.

Het ‘belagersbeginsel’ is al regelmatig genoemd. Nu gaan we nader in op de achtergronden van dit beginsel. Het belagersbeginsel is in feite een klassieke regel waarin wordt gesteld dat ieder persoon het recht/ de plicht heeft om z’n eigen leven ACBR te beschermen tegen de gerichte bedreiging van een ander persoon. Het beginsel is in onbruik geraakt, maar zelfbescherming en zelfverdediging staan weer op de agenda. 

Wat betekent het belagersbeginsel eigenlijk? Het belagersbeginsel is in oorsprong een recht om zich actief te verweren tegen een gerichte handeling van een persoon. Kortom: een actief recht op zelfbescherming. Hiermee worden twee dingen gezegd: Ten eerste – en dat moet ook als eerste komen - een algemeen geaccepteerd recht in een samenleving op vrijwaring van (bewuste) fysieke en/of emotionele inbreuk op de persoonlijke integriteit van onschuldige personen door derden. Ten tweede: het recht van de onschuldige persoon om de dreigende ongewilde inbreuk op fysieke en psychische integriteit actief te weren. De belaagde of bedreigde heeft dus het recht om de bedreiger actief van zich te weren. 
 

Met het eerste deel van deze regel heeft wellicht niemand moeite. Maar hier schuilt wel een addertje onder het gras.  Want hoe ga je dat doen? We verweren ons van nature tegen geweld van anderen, al is het maar door te vluchten, onze gezicht te beschermen tegen objecten van fysiek geweld, of preventief door personen, locaties, omstandigheden en situaties (pogen) te mijden of te ontwijken. Het tweede deel van het belagersbeginsel houdt in dat de belaagde zich actief weert tegen het dreigende gevaar, totdat het stopt met mogelijk gevaar voor de belager. Dit vraagt dus wel enig moed. Niet alleen in fysieke, maar eerst en vooral in mentale zin.

 
De belaagde mag dus niet alleen de middelen en instrumenten van de belager onschadelijk maken waarmee de belaagde wordt bedreigd, maar ook de belager zodanig treffen dat hij of zij niet meer in staat is de gerichte handeling uit te voeren. In vroeger traditie ging men nog een stap verder, zo lezen in Semitische wetgeving: ‘niemand blijft onberoerd bij het bloed van zijn naaste’. In moderne woorden, een ieder is solidair met de  naaste in nood.  Dat betekent in deze context: je helpt de belaagde in nood om hem of haar te bevrijden, uit handen van de belager.

  

 Het belagersbeginsel is geen rechteloos begrip  Dit betekent echter niet dat het belagersbeginsel uit een ongeregelde rechteloze samenleving komt, waar Rambo het voor het zeggen heeft. Integendeel, het beginsel steunt op het zelfbewustzijn van integriteit en onschendbaarheid. Het belagersbeginsel is echter ontwikkeld voor die situaties waarin de ‘sterke arm’ ontbrak of situaties waar de ‘sterke arm’ geen grip op heeft. Maar laten we eerst wat dichter bij huisblijven. Wie meent dat het belagersbeginsel niet past in of weg is uit onze samenleving heeft wellicht nog nooit een vlieg kwaad gedaan, een wesp gemept, een muis gevangen of een spin verjaagd.
 
 Maar kennelijk ook geen dreigende vallende takken gesnoeid, een hond voorzien van een muilkorf. En zo kunnen we nog tijden doorgaan, met voorbeelden noemen, waarbij sprake is van dreigende belaging waarop we (preventief) handelen in de naaste omgeving om de persoonlijke integriteit te waarborgen. Meest algemeen is misschien wel het plaatsen van een schutting, waardoor omstanders (preventief) gehinderd worden om in mijn leefwereld in te dringen. Dit alles om aan te geven dat we in onze naaste omgeving tal van maatregelen treffen om belaging actief te mijden.  Kortom: we passen het belagersbeginsel voortdurend toe in het dagelijks leven.

 Maar waarom kennen we het beginsel niet meer in het interpersoonlijk verkeer?  Dat het belagersbeginsel in onbruik is geraakt komt vooral door de verdere ontwikkeling van het staatsrecht en de sociale overtuiging omtrent een dienstverlenende overheid . De overheid werd en wordt geacht – door middel van de sterke arm-  de integriteit van de burger te waarborgen. De rechterlijke macht komt vervolgens de strafoplegging toe.  Anders gezegd: de bescherming van de persoonlijke integriteit wordt door de staat gestuurde organen  gewaarborgd. De ‘sterke arm’ (politie en justitie) ontfermt zich over de belager op zijn pad naar het gerechtshof, al waar hij wordt veroordeeld de rechter.  
 
 In deze sociale gedachte wordt niet alleen het tweede element van het belagersbeginsel, namelijk het actieve verweer tegen de belager, maar ook een belangrijk deel van het eerste element, de passieve zelfverdediging in handen van de sterke arm gelegd. Mensen hoeven zich niet zelf te verdedigen, dat wordt gedaan, preventief.  Een sprekend voorbeeld is wellicht de politiemacht bij grote evenementen. De reden is dat er een zekere vorm van belaging wordt verwacht. Deze door de overheid gecontroleerde vorm van bescherming van de persoonlijke integriteit is veilig. Doet de burger veilig voelen. De burger hoeft zich niet te beschermen tegen onheil of mogelijk onheil. De potentiële belager wordt afgeschrikt door de ‘sterke arm’.

Het gezag van de ‘sterke arm’Maar er is meer voordeel van een door de overheid gecontroleerde bescherming van de persoonlijke integriteit, namelijk het voorkomt ook de eigenrichting, rechteloosheid, buitensporige vergelding en wraakacties. Stuk voor stuk goede redenen om het belagersbeginsel wat in de luwte te plaatsen in ontwikkelde en geordende samenleving. Let wel daarmee is het belagersbeginsel niet uit beeld. Maar het belagersbeginsel is in feite verlegd van het private verkeer tussen mensen naar een publiek domein. De oude of klassieke regel is in feite maar een klein beetje veranderd. 
 
‘Men zal niet onberoerd blijven bij het bloed van de naaste’ is vertaald naar: ‘de ‘sterke arm’ zal niet onberoerd blijven bij het bloed van de naaste’.  Dat betekent nog immer dat het belagersbeginsel  in feite van toepassing is op een rechtsstructuur, zoals we die kennen. Wil  de ‘sterke arm’  in staat zijn om ‘niet onbewogen te blijven bij het bloed van de naaste’ dan is  wel een gemeenschappelijk erkenning nodig dat  de ‘sterke arm’ voor daadwerkelijk kan ingrijpen.  Maar geleidelijk begint hier een schoen te wringen, hetgeen de ‘sterke arm’ zelf ook begint te ervaren, namelijk de erkenning van het beginsel brokkelt af, door een toenemend geweld tegen werkers in het publiekje domein. 
 

 Over grenzen heenOok internationaal en op mondiaal niveau grijpen we terug op dit beginsel bij vredesmissie en vredemachten. De waarborg van het belagersbeginsel is juist hier van groot belang en wordt verleend op basis van overeenkomsten en verdragen (mensenrechten), instituties (o.a. VN; Navo). Er zijn echter ook situaties waarin de overeenkomst ontbreekt, de ondersteuning wegvalt voor de met tragische gevolgen. We zien dat in tal van conflicten met aanslagen,  bootvluchtelingen en soms massamoorden als gevolg, zoals in Srebrenica.


De kleine praktijkWe zagen hiervoor dat het belagersbeginsel in feite steunt op actieve solidariteit ‘dat men niet onbewogen blijft bij het bloed van de ander’. Kortom: men treedt actief op tegen (dreigende) belaging, zodanig dat de belaging stopt, de belaagde wordt bedreigt ook al wordt daarbij inbreuk gepleegd op de belager. Dat laatste ligt gevoelig of is steeds gevoeliger gaan liggen. Ten eerste was er bezwaar tegen de individuele toepassing van het belagersbeginsel, de actieve bescherming van de integriteit werd als een taak van de overheid gedacht.  Maar geleidelijk verliest ook  ‘de sterke arm’ het mandaat op actieve zelfverdediging. Hiermee komen er steeds meer breuken  in het socialistische ideaal  van geborgenheid bij en waarborgen door de sterke arm van de overheid. 

Wat hebben we dan nog? We hebben nog de rechter. Maar wat is een oordeel van een rechter anders dan waarheidsvinding achteraf en oordeelsvorming op basis van het geldende recht. Een rechter kan in functie niet meer doen dan de wetgeving uitleggen. Dat wil zeggen, dat de rechter gebonden is aan het sentiment van wetgever. Niet alleen hebben velen in Srebrenica zeer traumatisch moeten ervaren en Karremans wellicht voorop, maar elders ook Eric O.,  de juweliersvrouw uit Deurne recentelijk en de ’sterke arm’ beklaagt zich over haar imago en dat doen ook vele gezondheidswerkers. Velen moesten en moeten ervaren dat de solidariteit voor het belagersbeginsel ver is weggezakt in de samenleving, die tenminste zegt te steunen op sociale waarden.  Dat is echter een geriefelijke lippendienst, maar wellicht te vrijblijvend in een samenleving die in zekere zin teruggaat op klassieke fundamenten, namelijk meer zelfredzaamheid en meer persoonlijke verantwoordelijkheid. Wellicht is het goed om fundamenteel te gaan nadenken over de basiswaarden, waarop we hier nog bij elkaar zijn. Hoe complex het allemaal kan worden hebben we al gezien in een christelijke moraalleer inzake de toepassing van het belagersbeginsel in de therapeutische vruchtafdrijving. De toepassing van het belagersbeginsel  werd enkele jaren geleden opnieuw tot twistpunt verheven in de casus Jodie en Mary.

Jodie en Mary;de casus en de rechterlijke uitspraakHet leven van Jodie en Mary, een Siamese tweeling komt in gevaar, nu ze wat ouder worden. Indien niet 

wordt ingegrepen zal Jodie sterven omdat ook Mary leeft op een deel van de organen die aan Mary toebehoren. Dit heeft geleid tot een zware dialoog met uiteindelijk een gang naar de rechter. De Britse rechters kwamen tot het oordeel  dat de Siamese tweeling Jodie en Mary moeten worden gescheiden. Met als argument dat men het leven van Jodie zou moeten pogen te redden. De rechters gaan met dit besluit lijnrecht in tegen de opvatting van de ouders. De ouders wijzen een ingreep van de hand. Zij geven er de voorkeur aan de tweeling te laten sterven. In de Britse pers maar ook daarbuiten is met verontwaardiging gereageerd op het optreden en het besluit van de Britse rechters. Ook onder Nederlandse ethici is met afkeuring en verontwaardiging gereageerd op de aanpak van het Britse hof van beroep. In dit betoog hoop ik illustreren dat de aanpak en het besluit van de Britse rechters vanuit een ethisch perspectief te verdedigen is. Daarbij wil ik wel de kanttekening plaatsen dat de argumentatie van de rechters bij de besluitvorming getuigt van utilistische éénzinnigheid.

Geen kwaad ter wille van een goed doelIn de discussie na het besluit van de rechters is vooral de nadruk komen te liggen op de rol van de rechters en het negatieve (neven)effect namelijk het op het overlijden van Mary. Van verschillende zijden is een pleidooi gehouden om de beslissing van de ouders te eerbiedigen, ook in Nederland.  Dat het pleidooi om de beslissing van de ouders te eerbiedigen komt vanuit de katholieke moraaltraditie is opmerkelijk (H.ten Have, rkk- tv en Trouw, 26 september2000). De katholieke moraaltraditie erkent immers het recht op leven. Iemand mag zich beschermen tegen gevaar, ook al gaat dat ten koste van de belager (zie ook J.T. Thomson). Maar mogelijk heeft de geestelijkheid in deze kwestie nog bewust gekozen voor een uitzondering op dat belagersbeginsel, zoals we dat kennen in de regeling van de gezinsmoraal (zie het bezwaar van J.J. Thomson. Volgens de katholieke moraaltraditie heeft het ouderpaar vanaf de conceptie de opdracht het nieuwe leven als absoluut beschermwaardig te beschouwen (oa.Casti connubii en Donum vitae). Van (toekomstige) ouders wordt verwacht dat zijn geen toestemming geven tot een kwade handeling  ook al schuilt daar een goed doel of goed resultaat achter.  Hieruit is wellicht de bijval te verklaren van katholieke moraaltheologen en ethici inzake deze casus.

 Interpretatie van de katholieke moraalleerDeze katholieke moraalleer wordt in de onderhavige kwestie kernachtig vertolkt door de aartsbisschop van Westminster, Cormac Murphy-O'Connor. De aartsbisschop stelt: "Ik ben vooral bezorgd omdat er nu in het Engelse recht een precedent geschapen lijkt te zijn waardoor het toegestaan zou kunnen zijn dat een onschuldig persoon gedood wordt, ook al gaat het erom het leven van een ander te verlengen". Aartsbisschop Murphy -O'Connor is hier in zekere zin dubbelzinnig. Kennelijk heeft hij deel van de jongste geschiedenis gemist.  Ook al baseert hij zijn stelling op een eeuwenoud principe in de rooms-katholieke moraalleer dat men geen kwaad mag doen ter wille van een goed doel. Het is echter enigszins merkwaardig dat de aartsbisschop spreekt van een precedent. Immers therapeutische abortus is reeds lang gelegaliseerd, juist op grond van het feit dat de rechter deze redenering ongrondwettelijk achtte(Lou vs Wade)  en dat weet de bisschop natuurlijk ook.

De argumentatie, een hypotheseMogelijk is hier iets anders gaande in de redeneerlijn van de bisschop. Laten we de situatie van Jody en Mary eens nader gaan bezien vanuit dat. We weten dat Jodie levenskansen heeft wanneer zij wordt gescheiden van haar zus mary. Mary heeft echter zonder Jodie geen levenskansen omdat zij voor hart- en longfunctie is aangewezen op Jodie. Mogen we nu Mary een belager noemen van Jodie? "Neen, zegt de katholieke moraalleer, Mary is geen belager, want zij handelt niet opzettelijk". Dat neemt evenwel niet weg dat Mary haar zus Jody naar het leven staat. Of liever: Mary staat het leven van haar zus Jodie in de weg. Daarmee is niet gesteld dat Mary een opzettelijk belaagster is van haar zus, in de zin dat zij haar zus Jodie bewust naar leven staat. Daar gaat het echter ook niet om in het belagersbeginsel . Waar het om gaat in het belagersbeginsel is dat Jody niet is gehouden haar leven op te geven ter wille van haar zus Mary. Dat geldt niet alleen voor Jodie, maar voor alle mensen, hetgeen ook door de katholieke moraalleer wordt onderschreven. Niemand van ons zou het immers dulden dat we op een dag verplicht zouden worden vitale organen met een ernstig ziek heer X te delen, met het gevolg dat we beiden nog slechts een jaar zouden kunnen leven. We zouden de zieke persoon X als een belager beschouwen en ons recht op integriteit opeisen. Kortom: vanuit een moreel perspectief is met een beroep op het belagersbeginsel een claim van Jody op leven te rechtvaardigen, ook al gaat dit ten koste van haar zus Mary.

 Let wel: De toepassing van het belagersbeginsel doet niets af aan de emotionele last van de situatie voor de direct betrokkenen. Het belagersbeginsel kan evenwel als rechtvaardiging gelden voor de besluitvorming. Het argument van ethici (Trouw, 26 sept.2000) dat het misschien beter is Jodie en Mary niet te scheiden en dus te laten sterven omdat Jodie anders misschien later in gewetensnood zou kunnen komen omdat haar zus is opgeofferd ter wille van haar leven, lijkt me onhoudbaar. Heeft Widdershoven gelijk dan leven niet alleen alle christenen in grote psychische nood, maar de hele vrije wereld die ten koste van vele duizenden soldaten is bevrijd van oorlog en verdrukking. Nu komt ook de vraag in beeld of het Britse hof van beroep wel buiten haar bevoegdheid is getreden, zoals velen opmerkelijk genoeg menen. De verontwaardiging is daarom opmerkelijk omdat ouders in z'n algemeenheid niet naar willekeur over hun kinderen kunnen beschikken en zeker niet als het over kwesties van leven en dood gaat. De verontwaardiging is ook opmerkelijk omdat de beweegredenen van de ouders niet worden getoetst. Kennelijk staat de rooms katholieke moraalleer niet ter discussie in hun besluitvorming . De verontwaardiging is verder opmerkelijk omdat niemand zal ontkennen dat Jody een persoon is. Dat wil zeggen dat Jody net als een ieder ander recht heeft op leven en op bescherming van dat leven in de samenleving. Zij is als persoon niet uitsluitend afhankelijk van de stellingname van haar ouders. Het is dus denkbaar dat artsen die de levenskansen en de levensverwachting van Jodie en Mary kunnen inschatten niet bereid zijn de positie van de ouders over te nemen over, wanneer komt vast te staan dat er voor één van beiden een kans is op een waardig leven. Sterker nog: er rijst de vraag of bijvoorbeeld artsen in Nederland niet verplicht zijn of zich verplicht voelen middels de wet WGBO (artikel 465) om of tot behandeling over te gaan of tenminste de rechter vragen om een oordeel te geven over de wenselijkheid van een behandeling als zij geen overeenstemming kunnen bereiken met de ouders, zeker wanneer duidelijk is dat mensen zich beroepen op ongrondwettelijke verklaarde regelingen.  

 Concluderend:Deze casus laat zien dat het belagersbeginsel vraagt om deugden als moed, rechtvaardigheid en vooral solidariteit van de gemeenschap met het individu. Die solidariteit is soms niet makkelijk, want solidariteit betekent verantwoordelijkheid nemen, en ook wille dragen en dat spreekt niet altijd aan, welzijnswerkers en politie ervaren dit regelmatig in ons kleine land. Toegegeven, het belagersbeginsel heeft het imago niet mee, omdat het inderdaad heel wat makkelijker is in een welvaartsstaat om de verantwoordelijkheid weg te schuiven en de ander de hete kolen uit het vuur te laten halen. Maar laten we ons bewust zijn van het belang van dit beginsel,elk keer wanneer we weer eens een wesp uit de ranja plukken van de (klein-) zoon.  

 

Augustus 2015

Afdrukken