| "Over de status van het menselijke embryo in de joodse en de christelijke ethiek" |
|
|
|
|
In het proefschrift wordt de status van het menselijk embryo in de joodse en de christelijke ethiek behandeld aan de hand van commentaren op Ex.21:22vv. Aan deze bijbeltekst zijn tal van uitgesproken opvattingen over het embryo verbonden, die in deze studie worden weerlegd. In deze studie is de invloed van deze tekst onderzocht op de meningsvorming over de omgang met het menselijk embryo in de loop van de geschiedenis. Het debat over deze kwestie is in de joodse en de christelijke ethiek namelijk nauw verweven met de uitleg van de wettekst uit Exodus 21: 22 en volgende verzen. Met dit onderzoek wordt een tweeledig doel nagestreefd. Om te beginnen beoogd dit onderzoek inzicht te verschaffen in de motieven en achtergronden van de hedendaagse standpunten over dit onderwerp in de joodse en de christelijke ethiek. Daarnaast worden in het laatste hoofdstuk de bakens voor een eigentijdse visie op het menselijk embryo uitgezet aan de hand van morele waarden en gezichtspunten die al in vroegjoodse traditie zijn ontwikkeld. Deze nieuwe route - menen wij - kan uitkomst bieden uit de impasse waarin het debat over de morele status van het embryo thans verkeert. Klik hier om een uitgebreide samenvattingĀ te lezen. Een exemplaar van het proefschrift is te bestellen. |



op 4 juni 1998 verdedigd door J.G. te Lindert