Bureau voor Morele vraagstukken en Geestelijk welzijn

Cultuur van angst PDF Print E-mail
  

Het omarmen van de angst is een probaat middel om de aandacht te krijgen van de omgeving, media en daarmee van het grote publiek. Want wie angst zaait, oogst aandacht en publieke belangstelling.

Dat wisten de Romeins heersers al: Geef het volk spelen. Niet zomaar spelen, maar spelen die vooral samenhangen met pijn, angst en dood. Onze cultuur wortelt voor een deel in die Romeinse traditie, dus is het niet bevreemdend dat ook thans de angst als instrument wordt gebruikt in het politieke en maatschappelijke bestel.

Maar biedt de angst nu ook een adequate oplossing? Een volkswijsheid zegt dat angst een slechte raadgever is. Daarnaast weten we echter dat angst ook een signaalfunctie heeft. Angst maakt ons bewust van gevaar. Angst behoedt ons voor roekeloosheid. Angst is dus een instrument om ons te waarschuwen wanneer er gevaar dreigt. Maar is het fenomeen angst een deugdelijk instrument om een goed leven te leiden; om een samenleving goed in te richten?

Dat zou betekenen dat de angstige persoon het best mogelijke leven leidt en dat angstige mensen de beste bestuurders zijn voor een bedrijf, organisatie of overheid. Er zijn voldoende voorbeelden uit het recente verleden waarin roekeloosheid het heeft gewonnen van de angst met alle desastreuze financiële gevolgen van dien. Dus het is verleidelijk om de volkswijsheid dat angst een slechte raadgever is, in de kast te zetten.

Maar nogmaals biedt de angst nu ook een adequate oplossing?  Hier rijst twijfel. Want we kunnen toch niet zeggen dat een angstig persoon ook een gelukkig persoon is. Dat angst ons behoedt voor gevaar betekent nog niet dat angst een boodschapper is van geluk. Hierbij is aangenomen dat mensen een zekere mate van geluk verlangen en zoeken in het leven; of tenminste een ongelukkig leven pogen te vermijden. Een gelukkig leven is een zinvol leven waarin mensen zich kunnen ontwikkelen en ontplooien. En dan blijkt plots dat angst tegenover geluk staat.  Een angstig persoon zal zich immers niet gemakkelijk openstellen voor nieuwe (onbekende) invloeden en ontwikkelingen van buitenaf. Kortom: angst kan mensen vervormen.  Angst wordt leidraad voor het handelen. Angst remt dan remt dan de ontplooiing en ontwikkeling van de persoon. De angst wordt de maatstaf voor de handeling. Angst blokkeert ook in collectief verband de ontwikkeling naar een vernieuwende samenleving. Men ziet de angst terug in stellingen en opvattingen: ‘terug naar de tijd dat er geen hoofddoekjes waren’, of ‘ blijven in de tijd dat de hypotheekrenteaftrek wordt gehandhaafd’ of ‘handen af van … de pensioengerechtigde leeftijd, de zorg, of het onderwijs’. Op deze wijze worden bestaande verhoudingen in stand gehouden, op het gevaar af dat de solidariteit in de samenleving ernstig wordt ondergraven. Immers het recht van de één is de plicht van de ander.

Kijken we nu eens naar de angst voor de beperking van de hypotheekrenteaftrek. Dan zien we dat de hypotheekrenteaftrek thans een proces stimuleert dat huizen produceert om economische groei te behouden. De productie en de prijsvorming  van woningen komt echter met het huidige systeem meer en meer op gespannen voet met de demografische ontwikkelingen en de betaalbaarheid van een huis. In plaats van angst voor het “H-woord”, kan de overheid zich beter de vraag stellen: ”wie koopt straks uw huis? “, Het antwoord op die vraag kan u helpen een helder beeld te vormen voor de toekomst.

 Een ander voorbeeld van angst in onze cultuur is de angst voor  leed en pijn. Ons hele zorgstelsel is er op ingesteld om lijden en pijn zoveel mogelijk te verzachten. Lijden willen we vermijden, behoren we te vermijden. Peter Singer, de Australische filosoof ging een stap verder. “They can suffer”, “zij kunnen lijden”, was zijn stelling. Dat wil zeggen: dieren kunnen lijden, net als mensen. Nog anders gezegd: In een beschaafde samenleving waarborgen mensen een waardig leven voor dieren. Dierenleed dienen we derhalve te vermijden danwel te minimaliseren. Wie dacht dat deze opvatting door alle redelijke mensen wordt onderschreven komt bedrogen uit.

 

Kijken hoe dieren worstelen om zichzelf en de soort in stand te houden in een zeer beperkt territorium, heet ook: ‘back to basics’. De vraag is alleen: terug naar welke basis?  Kijken naar de (doods-)angst van anderen is een vorm van vermaak, die in de oudheid al werd bedreven. Maar de mensen kenden het kwaad toen nog niet. De bewustwording van het fenomeen van het kwaad en hoe het te verklaren, kwam pas de westerse cultuur binnen vanuit het Jodendom, zo vertelt ons de Nijmeegse filosoof  Van Tongeren.

Peter Singer heeft bijgedragen aan de bewustwording omtrent het welzijn van dieren. In de intensieve veehouderij kregen en krijgen zijn opvattingen met behulp dierenvrienden in de politiek en de consument steeds meer vorm. Gelukkig voor de grazers langs de Oostvaardersplassen zat er in de Tweede Kamer ook nog een verstandige dierenarts. Nu alleen ‘de dierenvrienden’ en de consument zelf nog. Een Joodse leermeester wist al: de splinter in het oog van de ander ziet u, maar de balk in eigen oog niet. Voor deze opmerking valt in dit geval veel te zeggen, met inbegrip van de verhoudingen. 

 

Laatst aangepast ( zondag, 20 juni 2010 12:20 )